Wildebras

Een week of vijf geleden kwam Ginger, onze dwergpinscher, op het lumineuze idee om de kruisbanden van haar rechterknie naar de knoppen te helpen. Daar zaten we niet meteen op te wachten, het was immers nog maar goed een jaar geleden dat de dierenarts ons meedeelde dat haar linkerknie dringend geopereerd diende te worden om erger te voorkomen. Ze woonde toen pas een week bij ons en dat grappige, slungelige puppyloopje van haar bleek een patellaluxatie in de derde graad te zijn. Peperduur, zo’n operatie, maar voor je kind, pardon, hond, heb je alles over, toch? En oh, het is zo’n lief en aanhankelijk beestje. Heel anders dan Fred, onze straathond, die na meer dan drie jaar nog steeds niets moet weten van Watson. Het was voor die laatste dan ook een verademing om kennis te maken met Ginger: ’t was ware liefde op ‘t eerste zicht, langs beide kanten. Sinds die dag springt ze elke avond bij Watsons thuiskomst dolenthousiast in zijn armen en likt ze zijn hele gezicht schoon. Zelf gooi ik daarop slechts een luchtkus naar hem.

Toen ik drie dagen geleden, bij het krieken van de dag – de dag waarop de vers opgelopen schade gerestaureerd zou worden – haar tuigje nam, rende ze uitgelaten de kamer rond in de naïeve veronderstelling dat er een fijne wandeling op til stond. Ik voelde me dan ook behoorlijk schuldig toen ik met haar richting dierenkliniek reed. Wat een ellendige moeder was ik toch, om haar kind zo te verlinken onder het mom van een gezellig uitstapje. Op onze bestemming aangekomen zette ik haar op de grote vloerweegschaal in de inkomhal – zeven kilo en vierhonderd gram pinscher – en nam daarna plaats in de wachtzaal, waar ik me vergaapte aan de indrukwekkende kwijlproductie van de Bordeauxdog die recht tegenover me zat en aan de kolossale tumor die onderaan de buik van een bloedhond bengelde die zonet was binnengekomen. Ik bedacht me dat het beroep van dierenarts waarschijnlijk nooit verveelde.

“Ik denk dat je haar best eerst een muilbandje aandoet”, zei ik tegen de dierenarts toen hij zich klaarmaakte om de katheter in haar voorpootje te plaatsen.  In tegenstelling tot het jaar voordien was ze geen onbezorgde puppy meer, maar een assertieve dame die behoorlijk bits uit de hoek kon komen. Ik hield haar stevig vast: ze spartelde even, jankte en hapte toen naar de dierenarts. Ik voelde me een ellendeling.  Nog geen minuut later deed de snelwerkende verdoving haar werk.  Gingers hartslag vertraagde gevoelig, en even later zakte ze door haar pootjes.  “Zeg je nog even dag tegen het baasje?” zei de dierenarts tegen haar toen hij haar meenam. Haar opengesperde ogen keken me vol ongeloof aan terwijl ze afgevoerd werd.

Tijdens de terugrit rechtvaardigde ik in gedachten mijn geniepige wandaad: ik had haar per slot van rekening in bekwame handen achtergelaten en alles zou vast en zeker prima verlopen, precies zoals de vorige keer. Ik hoopte maar dat ze niet kwaad op me zou zijn. Het vooruitzicht op acht lange revalidatieweken baarde me wel wat zorgen. Het was tenslotte niet eenvoudig om een hond als Ginger rustig te houden. Liever scheurde ze roekeloos aan tweehonderd per uur door de tuin, waarbij ze meer dan eens schrammen en schaafwondjes had opgelopen. Op de bewuste dag had ze helaas één scherpe bocht te veel genomen, waarop ze het had uitgegild van de pijn en al jankend op drie pootjes naar haar mandje was gelopen om te bekomen. Vroeg of laat moest het eens mislopen. Gelukkig heeft het arme ding maar twee knieën, hield ik mezelf voor.

Toen ik haar uiteindelijk ’s avonds ophaalde, kreeg ik een opgewekte Ginger te zien, waarop mijn inwendige barometer meteen richting zonnetje steeg.  Ze was niet boos op me, integendeel, ze was weer helemaal haar vrolijke zelve. “’Het is een lieve”, zei de assistente. “Ze geeft me likjes”. Typisch Ginger, dacht ik bij mezelf. Een dag niet gelebberd is een dag niet geleefd. De assistente overhandigde me een kraag en een zakje pijnstillers met de nodige instructies. Ik stak mijn betaalkaart in de terminal en maakte mijn bankrekening een kleine achthonderd euro lichter. Gelukkig is de dierenarts een knappe man. Dat scheelt een pak. Wel jammer dat Ginger maar twee knieën heeft.

 

Geef me een like en ik blijf schrijven, geef me geen like en ik blijf ook schrijven ;-).  Likes zijn volledig anoniem :-).

2 thoughts on “Wildebras

  1. Marleen Rober says:

    Schitterend leuk om te lezen…zeker als dierenarts…;-)
    Zo leer ik ook weer eens bij hoe het alles bij een klant overkomt.
    En je hebt gelijk, als dierenarts verveel ik me nooit…’t Is zo leuk om terug te mogen werken, hoewel het evenwicht zoeken moeilijk blijft, maar oefening baart kunst, zegt men…hoop doet leven!

    Marleen

    • Miss Mockingbird says:

      Dank je voor het complimentje, Marleen 😊. Ik ben heel blij voor jou dat je terug aan de slag bent 😊. Dierenarts is een speciaal beroep, hé. Je moet het maar kunnen. Ik vind het in ieder geval indrukwekkend wat je doet 💪💪💪.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.