Vanille fraise

de week van de hittegolf brengt ons een licht sarcastisch verhaaltje, ongeschikt als ontbijtlectuur

vrijdag 26 juli 2019

Het waren de enige plekken in huis waar nog leven mogelijk was: de twee kelders en de garage; die laatste, op het noorden gericht en een halve verdieping lager dan de leefruimtes, deelde haar achterwand met de ondergrondse, koele kelders.  En daar lag ze dan, mijn matras, wat onbehouwen en onzeker op de horizontaal uitgestrekte, maar veel te smalle tuinzetel. Al bij al viel het comfort nog mee – zolang ik in het midden bleef liggen – wat niet gezegd kon worden van de schroeiend hete slaapkamers, zuidzijde. Twee nachten hadden mijn organen daar gezapig liggen pruttelen in eigen nat, mijn verstand naar de rand van de waanzin drijvend.

Maar nu was alles goed. Nu lag ik daar intens te genieten, te genieten van de relatieve koelte, terwijl buiten de zon op het heetste van haar dag stond en de hortensia’s spontaan in brand schoten. De Dafalgan stelde me niet teleur. Steeds dieper en dieper zonk ik weg in de geborgenheid van mijn provisoire sponde, terwijl de aritmisch kolkende geluiden van mijn oververhitte hart langzaamaan weer hun normale tempo aannamen. Mijn mondhoeken krulden gelukzalig op en een verderlicht laken van welbehagen daalde over me neer. Het zou niet lang meer duren vooraleer ik zou indommelen (echt slapen deed ik nooit overdag) en een welverdiende en vredevolle rust de mijne zou zijn (daar had ik een moord voor willen plegen). Neen, het zou niet lang meer duren …

Ik dommelde zachtjes in.

EN TOEN!  Werd ik op gruwelijke wijze uit mijn verrukkelijke soes gerukt. Ik herkende het geluid meteen. Het was het geluid waarmee onschuldige burgers op elke zomerdag en elke aansluitende zomerse dag geterroriseerd werden; het jaarlijks terugkerende, neurotische deuntje dat elke normale mens tot krankzinnigheid zou brengen, maar niet de friscoman, nee, nooit de friscoman; de melodie die me steeds opnieuw deed denken aan die andere ijsventer, die onbeschaamd in de schijnbaar eindeloze holtes van zijn neus zat te poken (nooit nog zal ik ijskarijs eten) terwijl hij zijn wagen behoedzaam doorheen de straat loodste, op zoek naar weerloze kinderprooien. Het was het geluid dat zonet met diezelfde onbeschaamdheid doorheen de hittegolven en de garagepoort was gebroken en mijn slapende trommelvliezen genadeloos had doorboord.

Zo zat ik daar dan, rechtop, geschokt en ontheemd, star en onbeweeglijk, doch op een wankel garagebed, de ogen wijd opengesperd en de pupillen donker en koud: ik was klaar om mijn moord te plegen, een moord voor wat rust, terwijl het ijswijsje, tergend traag voortschrijdend, onbevreesd in mijn oren bleef pingelen, de druk op mijn borstkas steeds hoger opvoerend. Klop, klop, pingel-de-ling, klopklopklop, pling. Klopper-de-klopper-de-pingel-de-ling, weer een hart-klop-ping. Sterf, vermaledijde, STERF!

“Kalmeert uzelf toch nekeer!” sprak ik mezelf streng toe, terwijl de adertjes in mijn oogbollen knapten. “Het is maar een crèmekar!” Ik probeerde mezelf weer tot rust te brengen met mijn favoriete relaxatietechniek, een techniek die me al naar de mooiste kastelen en landschappen had gebracht, ook al was ik er werkelijk nooit geweest. Ik ging weer liggen en sloot de ogen. Stap voor stap spande en ontspande ik de delen van mijn lichaam: eerst de voeten, dan de kuiten, de dijen, de billen, en zo ging ik helemaal tot boven; en met het wegwerken van de grimmige voorhoofdsfrons verschenen de eerste beelden. Ze leken echter in niets op de schoonheid die ik zo gewend was te zien. Ik zag …

Hoe ik Friscoman uit zijn camionette sleurde en hem op het kokend hete asfalt flikkerde. Hoe ik hem platwalste met een grote, betonnen deegrol. En hoe het lachen hem verging terwijl zijn botten en beenderen zich gelijkmatig uitsmeerden over het wegdek. Met steeds groter wordende overgave en kracht bewoog ik de wals heen en weer – van voor, naar achter, van links, naar rechts en van boven, naar onder, van links, naar rechts (hier zat een lied in) – steeds sneller, steeds harder, steeds driester; steeds verder uitsmerend tot het laatste vingerkootje verdwenen was en er slechts een grote, rode vlek achterbleef, een vlek die ik zorgvuldig vermengde met de inhoud van de royale bakken vanille-ijs. Wat was het toch therapeutisch om met je blote handen te kunnen werken: het prachtige, nu rozekleurige mengsel was waarachtig een streling voor het oog en deed me denken aan mijn favoriete hortensia, de paniculata ‘Vanille Fraise’ – het is onmogelijk om hem niet graag te zien – en ik vulde de lege bakken weer op, nam plaats achter het stuur en vervolgde het traject dat zo abrupt onderbroken was geweest.
“Aardbei-ijs! Heerlijk aardbei-ijs!” riep ik vrolijk door de luidsprekers.
De kinderen waren door het dolle heen en het ijs was in een mum van tijd uitverkocht. “Nog!” riepen ze. “Nog!” alsof ze bloed hadden geroken. “Sorry”, antwoordde ik, “dit was helaas een eenmalige actie.”

En toen dommelde ik weer in, de melodie langzaam uitstervend.

 

Geef me een like en ik blijf schrijven, geef me geen like en ik blijf ook schrijven ;-).  Likes zijn volledig anoniem :-).

6 thoughts on “Vanille fraise

  1. Nora says:

    Hm… Het begin was zeer aangenaam en dan werd het een horror film. Maar ik kan me levendig voorstellen hoe het voor je voelde… Voor mij voorlopig toch geen aardbei-ijs…

    • Miss Mockingbird says:

      Ik veronderstel dat je het griezelgedeelte dus niet zo aangenaam vond? (knipoog)
      Ik kijk waarschijnlijk teveel naar Midsomer Murders en CSI, dat zal het zijn, haha ! 🙂

      Kersen- of frambozenijs dan maar?

    • Nora says:

      Hihi. Ik kijk wel graag naar CSI en NCIS. Naar Midsomer murders keek ik vroeger soms.
      Maar het zien gebeuren is voor mij anders dan het te lezen. Lezen maakt voor mij veel dingen levendiger en “echter” dan film en serie 🙂
      Ik denk niet dat ik al kersenijs heb gegeten 😮 dus dat wil ik wel een proeven!
      Frambosenijs is sowieso lekker!

    • Miss Mockingbird says:

      Oei, misschien moet ik mijn verhalen dan toch maar minder griezelig verwoorden 😉

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.