Van de kip en de hond

De buurvrouw schrikt zich een hoedje wanneer ze haar rug recht van het onkruid wieden en recht in m’n ogen kijkt.

“Oooo, lieveke!” roept ze. Ze brengt haar hand naar haar borstkas om haar hart te kalmeren. “Ik had u niet gezien!”

Ik stond inderdaad wat ongemakkelijk te draaien en te keren aan de tuinafscheiding, waardoor het leek alsof ik haar bespioneerd had tijdens haar bezigheden, maar in werkelijkheid was ik Ginger aan het uitlaten (zij mocht nog steeds niet alleen rondlopen na haar operatie), en je weet hoe dat gaat: kilometers gras in de tuin, en dan willen ze enkel de sprietjes op de grens vreten.

Ze maakt van de gelegenheid gebruik om me, ietwat verslagen, het laatste nieuws te melden. “Snoopy is weg”, zegt ze.

Ik had het sympathieke Jack Russeltje, het hondje dat Fred zo graag door de draad zou willen sleuren, inderdaad al een paar dagen niet meer opgemerkt.

“Hij heeft een kip doodgebeten”, vervolgt ze met jammerende stem. Bij de buren achteraan. Hij was weer ontsnapt en toen heeft hij een kip te pakken gekregen. Ik was te laat om ze te redden. Ik heb die vrouw vijftig euro gegeven, ze heeft ze aangenomen.”

“Vijftig euro voor een kip?” reageer ik onthutst. Ik snoer mezelf meteen de mond. Het leven van een geliefd huisdier is tenslotte onbetaalbaar. Zelf was ik altijd dol geweest op mijn kippen vroeger, die zo tam waren dat ik ze op hun zij op mijn hand kon leggen. Ik denk aan die keer dat ik in allerijl naar de dierenarts reed toen een van de kippetjes ernstig ziek bleek te zijn. “Voor vijf euro hebt ge al een nieuwe kip”, zij hij smalend, terwijl de tranen in mijn ogen sprongen. Nog voor geen vijfhonderd euro! dacht ik. De antibiotica ten spijt, overleed het onfortuinlijke beestje een dag of twee later.

“Ze was eigenlijk maar halfdood”, zegt de buurvrouw. “Die man is toen een bijltje gaan halen om haar uit haar lijden te verlossen. Dat bijltje was me daar zó bot, hij heeft vier keer moeten hakken. Vier keer!” Ze slaat haar ogen ten hemel, alsof ze vergiffenis vraagt aan deze of gene godheid.

Een geliefde is een scherpe bijl waard. Voor vijftig euro koop je al een degelijk exemplaar.

“Had ik maar een mes bij me gehad”, gaat ze verder. “Ik zou haar pijnloos uit haar lijden verlost hebben, maar ja, het is nu zo. En daarom heb ik Snoopy weggedaan. Omdat hij die kip dus halfdood gebeten heeft. Hij woont nu bij mijn dochter. Hij is daar goed. Hij heeft veel beloop en kan vrij rondlopen. Dat kon hij hier niet.”

Ik was opgelucht dat het koddige hondje, dat zo hield van het buitenleven (maar helaas zelden buiten kwam), een goede thuis had gekregen, dat hij op zijn oude dag toch nog ten volle zou kunnen genieten van het leven, van de natuur, van een langverwachte vrijheid.

Dit bracht ook nieuwe perspectieven voor Fred, maar vooral ook voor ons. Eindelijk waren we verlost van Fred’s oorverdovende, hysterische geblaf telkens Snoopy uitgelaten werd. Eindelijk waren de buren verlost van óns oorverdovend gebrul wanneer we Fred – tevergeefs – tot de orde trachtten te roepen.

“Ze mist hem”, zeg ik later tegen Watson. “Hij sliep altijd bij haar op bed. Het huis voelt nu zo leeg aan.”

“Wat als ze hem terug wil?” zeg ik plots in paniek, Fred’s achterlijke gedrag in gedachten.

“Dan gooien we gewoon een dode kip over de draad”, zegt Watson, immer pragmatisch.

 

Geef me een like en ik blijf schrijven, geef me geen like en ik blijf ook schrijven ;-).  Likes zijn volledig anoniem :-).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *