Winkeldeernis

’n verhaaltje met ’n snuifje sarcasme

Gisterenmorgen ging Watson zoals elke zondagmorgen een stokbrood halen – het leek hem beter om de naam van de winkel hier niet te vermelden (Watson’s motieven daarvoor zijn ondoorgrondelijk) dus ik hou het op ‘een lokale supermarkt met de naam van een boom’, die ik verder gemakshalve de Den zal noemen. Aan de kassa van de Den stond een lange rij wachtenden die er volgens Watson was gekomen omdat er alweer een kersverse deerne de afrekeningen verzorgde. “Er is daar precies een groot verloop van personeel”, zei hij aan de ontbijttafel, terwijl hij een stuk brood wegspoelde met de gebruikelijke één komma zeven liter koffie. Zonder koffie geen leven voor Watson.

In de Spar, pardon, de Den, had hij – niet van zijn gewoonte – het kassaticket nagekeken, dat 1,85 euro aangaf in plaats van de 1,29 euro die bij de broodafdeling vermeld stond. ‘Brood met zonnebloempitten’, stond er op het ticket.  Watson vroeg om een rechtzetting, ook al stond er dan een humeurige colonne achter hem, zenuwachtig schuifelend de rij opporrend van links naar rechts en van voor naar achter (maar toch vooral naar voor). Het is trouwens bijzonder vreemd hoe Watson’s bloedhekel aan drukke bedoeningen telkens opnieuw op miraculeuze wijze lijkt te verdwijnen zodra zijn principes komen bovendrijven. Justice shall be done, en wachten zullen ze verdomme.

De nieuwbakken deerne wist niet wat aan te vangen met zijn vraag aangezien zij de viercijferige code die op het gele stickertje van de verpakking stond gedrukt wel degelijk correct had ingetypt.  De troep hyena’s die aan de kassa stond aan te schuiven werd er ook niet vrolijker op. Uiteindelijk bleken de stickertjes geheel verkeerdelijk nedergedaald te zijn, zo op een drukke Pinksterzondag, daar in de broodafdeling. Dat werd nog een vrolijke boel in de Den.

“Ge hebt er toch geen scene van gemaakt?” vroeg ik ongerust, we hadden het hier tenslotte over een schamele zesenvijftig cent en een lange wachtrij, en hoewel ikzelf ook uitga van het principe ne frang is ne frang (tweeëntwintig en een halve oude Belgische franken in dit geval) was ik in feite vooral bezorgd om m’n eigen imago, aangezien ik zelf ook af en toe in de Den vertoef. Zolang men daar niet weet dat wij een koppel zijn is er natuurlijk geen vuiltje aan de lucht, maar een mens moet vooruitkijken, nietwaar.  Hij verzekerde me dat hij heel beleefd was gebleven. “Ge hebt dus niet gezegd dat ge dit op Facebook zult plaatsen”, vervolgde ik met een grapje (dat vooral voortkwam uit opluchting). Dat had hij niet. Wel had hij gevraagd of ze dit schandalige voorval later nog eens voor de camera wilden herhalen. Soms is Watson’s gevoel voor humor echt wel dik ok.

“Wilt gij dit aan Fred geven?” zei Watson, terwijl hij me het randje van een sneetje Grimbergen abdijkaas gaf. Ik vroeg me af waarom Fred niet gewoon naast hem stond te bedelen samen met Ginger. “Ge hebt hem vastgelegd aan het salontafeltje, remember?” bracht Watson me in herinnering.

Inderdaad, Fred werd sinds kort in een geïmproviseerde time-out zone geplaatst telkens hij ongepast gedrag vertoonde. Ongepast als in: schuimbekkend en met veel misbaar aan tweehonderd per uur het huis uitstormen in de hoop het vinnige hondje van de buren eindelijk door de Bekaertdraad te kunnen sleuren. Fred’s natte droom. De tuchtmaatregel maakt totnogtoe weinig indruk op hem. Ik zette me recht en bracht hem het kaasrandje. Ik ben een slaaf. Daarna maakte ik hem los, waarop hij met breed opgezette schouders onmiddellijk naar buiten liep om zijn territorium nog maar eens te scannen op ongewenste pottenkijkers. Fred vertoont oneindig veel geduld bij het opvoeden van zijn baasjes.

Ik had te doen met het meisje aan de kassa en kon alleen maar hopen dat ze goed werd opgevangen. Jaren geleden hoorde ik in de wachtrij bij de lokale slagerij van mijn toenmalige woonplaats met groeiende ergernis het uitgebreide relaas aan over de kwaliteit van de hedendaagse winkelmeisjes. De slager deed geenszins moeite om zijn ongenoegen over de onervaren juffers te verbergen. “Ze snappen niks en ge moet honderd keer hetzelfde uitleggen. En dan snappen ze het nog niet.”  Ik vroeg me daarop af wie van beide partijen hardleers was.
“Deze (hij doelde op het meisje naast hem) is al de zoveelste die we uitproberen.”  Ontroerd door zoveel bezielende woorden maakte de juffer een eerbiedige buiging voor haar heer en meester en zij stak aanstonds een tandje (zeg maar een heel tandwiel) bij. Terwijl ze met de linkerhand de worst van Kabouter Plop aan een razend tempo langs het vlijmscherpe mes van de vleesmachine liet glijden, rolde ze met de rechterhand op onnavolgbare wijze de vers gekookte witloofstronkjes in dunne plakjes beenham. Alsof dat nog niet volstond, bracht zij zonder één valse noot te zingen de lieflijkste liederen te berde om het leed der wachtenden aangenaam te verzachten.

Enfin, niets van dat alles, maar ik geloof graag dat de slager het zo had gewild.

In de daaropvolgende jaren was ik bij het aanschuiven wel vaker getuige van de opleiding van een of andere winkeldeerne (jongens waren het zelden) en het begon me te dagen waarom sommige werkgevers het zo moeilijk hadden om geschikt personeel te vinden. Geduld is een schone deugd. Goed uitleg geven een kunst. En het doorgaans raadselachtige systeem van klantenkortingen, spaarzegeltjes, bonnetjes en periodieke acties waarbij je als klant een achttiendelig en uniek servies, een haardroger met ionische technologie of een gourmetstel met anti-aanbaklaag kon verdienen na het verzamelen van slechts 2000 punten a rato van één punt per begonnen schijf van tien euro, inclusief het bijpassen van vijfentwintig euro wanneer je ook daadwerkelijk aanspraak wilde maken op je moeizaam bijeengescharrelde prijs, maakte het er ook niet makkelijker op voor de beginnende kassierster.

Watson en ik ruimden de ontbijttafel af.  Fred was klaar met zijn inspectieronde en lag alweer languit in de zetel, samen met Ginger, wachtend op de zondagse ochtendwandeling.

Je krijgt het personeel dat je verdient, wordt wel eens gezegd. Naar het schijnt geldt dat ook voor honden.  Wat wil dat zeggen?  Ik geloof dat ik daar maar niet verder op inga.

Geef me een like en ik blijf schrijven, geef me geen like en ik blijf ook schrijven ;-).  Likes zijn volledig anoniem :-).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *