(Niet) vanzelfsprekend

‘n verhaaltje met ‘n vleugje sarcasme

Een klein jaar geleden kwam ik toevallig te weten dat ik – of beter gezegd mijn werkgever –  recht had op een VOP waarop ik een aanvraag indiende bij de VDAB. Kort na de goedkeuring ervan ontving ik onverwacht een brief van De Lijn vergezeld van een gratis Omnipas voor onbeperkt gebruik van hun busdiensten.  ‘Wat moet ik in godsnaam met zo’n pasje?’ dacht ik bij mezelf. ‘Ik neem niet eens de bus!’

Drie maanden later viel me de bedenkelijke eer te beurt om de grote groep van burn-outers te mogen vervoegen en ernstige concentratieproblemen noopten me ertoe om de wagen een poosje op stal te zetten. En zo kwam het dat ik uiteindelijk een voorzichtige stap zette naar het zelfstandig gebruik van het openbaar vervoer.

Eenvoudig was dat niet.  Niet dat ik het gebruik van het openbaar vervoer te gewoontjes vond, integendeel.  Het probleem bestond erin dat ik een rampzalig oriëntatievermogen heb en niet weet hoe ik dan wel zou moeten bepalen wanneer ik moet afstappen, laat staan wanneer ik op de stop-knop dien te drukken.  Dan hoor je wel te weten waar je bent natuurlijk. Al heel mijn leven keek ik met verbazing naar mensen die zich moeiteloos van punt A naar B konden begeven en in staat waren om de afgelegde weg als één naadloos geheel te zien, of nog beter: te onthouden, terwijl mijn hoofd enkel een vergaarbak was voor individuele straatplaatjes, nonchalant door elkaar geschud (leve de GPS en Google Street View!).

Bovendien bleken, dixit (on)betrouwbare bronnen, de buschauffeurs kamikazepiloten te zijn – ik zag mijn maaginhoud al langs alle kanten vliegen – die hun passagiers steevast verwelkomden met een norse grom.  Ik was gewaarschuwd.

De eerste maal koos ik voor een eenvoudig traject dat verliep vanaf de halte nabij mijn voordeur tot aan het station van Leuven, wat een duidelijk herkenningspunt was dat ik – met een beetje geluk en een noveenkaars of twee – niet kon missen.  Toen ik opstapte – Watson had me er gelukkig nog aan herinnerd dat bussen in twee richtingen rijden en ik dus aan de juiste kant van de straat diende te staan – zei ik vriendelijk goeiedag tegen de chauffeur en toonde hem als een goede burger mijn Omnipas.  Tot mijn verbazing knikte de man gewoonweg vriendelijk terug.  Daarna werd het zo mogelijk nog vreemder toen ik ontdekte dat we te maken hadden met een hoffelijke en bekwame chauffeur.

Zo verging het ook alle daaropvolgende ritten, gereden door stuk voor stuk aangename lieden die hun vak uitstekend beheersten.  Als volleerde wegvirtuozen manoevreerden ze hun dubbelbussen feilloos doorheen de soms onvoorspelbare obstakels der verkeer.  Ik was danig onder de indruk.  Nu ja, dat was ook niet zo moeilijk voor iemand wier parkeerleven altijd een beetje spannend was geweest vóór de uitvinding van parkeersensoren.  Ik had geen flauw benul of ik nu op een halve meter dan wel een halve centimeter van mijn voorganger genaderd was wat maakte dat ik altijd op zoek ging naar gemakkelijke parkeerplaatsen (en dus vaak behoorlijk gefrustreerd naar huis terugreed).  Maar deze lui loodsten een tientonner vanuit een haakse bocht doorheen twee krap geplaatste verkeerslichten alsof het niets was. Met de vingers in de neus.  Spreekwoordelijk dan (kwestie van jullie gerust te stellen).

Gezeten op de bus mijmer ik telkens weer over hoe vreemd het is dat mensen deze luxe vanzelfsprekend vinden.  Een vriendelijk woord kan nochtans wonderen doen.  Toen ik een keer na een laat uitgevallen etentje de trein had gemist en door mijn compagnon op de allerlaatste bus werd gezet, kon de chauffeur de opluchting en oprechtheid in mijn stem horen toen ik hem net niet om de hals vloog en zei: “Gij zijt mijn reddende engel !”  Het gevolg was dat we de rest van de rit een zeer aangenaam en boeiend gesprek hadden op een quasi lege bus en we beiden met een dankbare glimlach afscheid namen van elkaar toen ik op mijn bestemming was aangekomen.  Niet vanzelfsprekend, maar oh zo eenvoudig.

 

Geef me een like en ik blijf schrijven, geef me geen like en ik blijf ook schrijven ;-).  Likes zijn volledig anoniem :-).

6 thoughts on “(Niet) vanzelfsprekend

    • Miss Mockingbird says:

      Voor het milieu misschien wel, maar niet altijd voor mijn luchtwegen. Je moet maar eens naast een zweter of een zwaar geparfumeerde deerne zitten … 😉 .

  1. Frank B says:

    Leuk om eens wat positief nieuws te horen over de buschauffeus.
    Toevallig ben ik zelf 16 jaar buschauffeur geweest, maar ben ik om medische redenen ontslagen geweest omdat ze er “geen aangepast werk hadden voor mij” en “niet verplicht waren om mij een andere functie te geven dan dat waarvoor ik aanvaard was”, ondanks een VOP want die telde enkel voor nieuwe werkgevers en niet voor een huidige werkgever (is dat ondertussen veranderd?).

    • Miss Mockingbird says:

      Bedankt voor het complimentje 😀. In mijn geval was de VOP inderdaad geldig voor mijn huidige werkgever waar ik op het moment van aanvraag reeds vijf jaar werkte (als ik me niet vergis). Je krijgt dan wel maar 20% van de premie. Ik weet echter zelf ook niet hoe dit vroeger in elkaar zat.

  2. Conny says:

    Wat een leuk artikel en geschreven met veel humor! Het is goed om te beseffen dat mooie ervaringen en ontmoetingen,vaak onverwacht zijn. Ik herken het probleem van het gebrek aan oriëntatie, bij mijn partner. Bovendien zijn medepassagiers die sterk ruiken, wel een uitdaging.
    Al met al wel een positieve ervaring, waar je enorm tegenop kan zien!

    • Miss Mockingbird says:

      Dankjewel voor het complimentje. Blij dat je de humor kan smaken 😉 . Het is ook een kwestie van meer aandacht te hebben voor de ‘kleine’ (grootse ?) dingen in het leven 🙂 .

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.