Na Kafka komt zonneschijn

Watson toonde me onlangs een brief van de nutsmaatschappij waarin het volgende vermeld stond:

“Als ge de meterstand doorbelt, moet ge af en toe op het hekje drukken”, lachte hij. “Ge moogt zelf kiezen wanneer ge dat doet, en hoeveel keer”, grijnsde hij erbij, wetende hoe lastig dit soort vage instructies kan zijn voor een autist.

De brief deed me denken aan een oude reportage over mensen in armoede met daarin het schrijnende beeld van een treurige man die de grootste moeite had om zich doorheen de chaotische papierberg te worstelen – laat staan goed te begrijpen waarover het allemaal ging – en hierdoor in de problemen was geraakt. Armoede door paperassen. Uit pure angst had hij daarom beslist om alle belangrijke papieren zorgvuldig uit te spreiden over de gehele keukentafel en ze daar permanent te laten liggen, in de hoop dat geen enkel document ooit nog verloren zou gaan.

Ik begreep die man perfect. Zelf had ik de grootste moeite om officiële documenten te ontwarren, wat vaak resulteerde in hysterische huilbuien of woedeaanvallen. Dagenlang was ik compleet van de kaart nadat ik weer eens een brief had ontvangen met cryptische taal die – zo leek het wel – enkel door ingewijden ontcijferd kon worden. Vóór mijn diagnose kon ik maar niet begrijpen dat ik, een ingenieur, soms uren nodig had om een stomme factuur te doorgronden en daardoor mijn hele wereld zag instorten met de gedachte aan foutieve betalingen gevolgd door incassobureau’s, deurwaarders, de rechtbank en finaal het cachot.

Soms ging het om grote dingen, dan weer om schijnbaar kleine dingen, maar altijd namen ze te veel tijd in beslag en vraten ze al mijn energie op. Zo kwam een toenmalige kennis, die bij het lokale postkantoor werkte, er toevallig achter dat mijn brieven van de telefoonmaatschappij achtergehouden werden omdat er na het huisnummer ‘GVL’ vermeld stond in plaats van het busnummer. Ze bezorgde me de achterstallige facturen die ik onmiddellijk betaalde en ik belde naar de maatschappij om de vergissing te laten rechtzetten.

“Wij kunnen in dit programma helaas geen busnummer toevoegen aan het huisnummer, enkel de vermelding GVL”, antwoordde de jongedame.

“Er zijn meerdere appartementen op het gelijkvloers,” repliceerde ik. “Het kan toch niet de bedoeling zijn dat de postbode gaat uitzoeken voor welk appartement de brief bestemd is? “ vervolgde ik vol ongeloof. De dame hield echter voet bij stuk: het busnummer kon niet in het programma opgenomen worden en ik moest me tevredenstellen met het feit dat mijn kennis dan maar de facturen moest onderscheppen, waarop ik een behoorlijk boze brief schreef met de vraag om spoedig een oplossing te bieden aan deze scheve situatie. Tevergeefs.

Toen ik een hele poos later verhuisde naar een woning, was ik dan ook stomverbaasd toen ik op de eerste factuur van het betreffende bedrijf het langverwachte, maar helaas overbodig geworden busnummer vermeld zag staan én dat de postbode er geen enkel probleem mee had gehad om deze brief correct te posten. Ik begreep er niets meer van maar was wel zo verstandig om verder geen actie meer te ondernemen. Tenslotte was dit hoe de wereld het wilde.

Dan was er die keer dat ik een verzekering wou afsluiten voor mijn nieuwe wagen en ik keek niet bepaald uit naar de hele rompslomp die daar bij hoorde. Voordien had ik namelijk jarenlang met een bedrijfswagen gereden waardoor ik van dit onheil gespaard was gebleven. Het liep helemaal mis waardoor ik twee facturen kreeg voor een overlappende periode, waarvan ik slechts één periode betaalde en de maatschappij inlichtte over hun vergissing. Als dank kreeg ik een incassobureau op mijn dak met extra kosten tot gevolg, waarop ik mijn kersverse contract – na vruchteloos heen-en-weer gemail – kokend van woede opzegde.

Ik kreeg al helemaal een hartaanval toen ik naar het verzekeringskantoor belde, nadat de bliksem was ingeslagen in onze woning en de microgolfoven had vernietigd.  “Zijn wij hiervoor verzekerd?” vroeg ik.   “Ja hoor, u dient gewoon een offerte binnen te leveren met vermelding van ofwel de herstellingskosten, ofwel de waarde van een nieuw model indien het huidige niet meer gerepareerd kan worden”.  Ik liet een bestek opmaken – waarvoor ik een schandalig bedrag moest ophoesten – en stuurde het door naar de maatschappij.  Hun antwoord: “Helaas kunnen we hiervoor geen uitbetaling voorzien omdat het bedrag van een microgolfoven te laag is …”.   Ik had dit nochtans expliciet gevraagd.   Maar ditmaal had ik iemand anders aan de lijn.  Andere persoon, andere wetten.

Ge kunt u dus wel voorstellen hoe opgelucht ik was toen Watson voorstelde om alle gemeenschappelijke paperassen onder zijn hoede te nemen, nadat we een kleine twee jaar geleden samen een huis kochten. In ruil voor zijn edelmoedige gebaar bood ik aan om de afdeling ‘sociale contacten’ – die hij liever kwijt dan rijk was – te behartigen.

Zo kwam het dat ik enkele weken geleden naar het gemeentehuis trok, nadat we beslist hadden om een terrasoverkapping te plaatsen. “Volgens jullie verkavelingsvergunning mogen jullie maximaal vijftien meter diep bouwen”, stelde de stedenbouwkundig ambtenaar.

Weer thuisgekomen diepte ik de bouwplannen op en zag tot mijn grote teleurstelling dat er nog slechts één schamel metertje afdak toegelaten was. Daar ging onze droom om heerlijk te ontbijten in het ochtendzonnetje.

Ook Watson was er het hart van in toen hij ’s avonds thuiskwam en het nieuws vernam. “Is er dan echt geen aanpassing mogelijk van de voorwaarden?” vroeg hij.

“Neen”, antwoordde ik, “want anders zou de ambtenaar hier toch over gesproken hebben, niet?” Onmiddellijk besefte ik hoe fout het was om dit soort verwachtingen te hebben ten aanzien van neurotypicals en een dag later stapte ik vol goede moed en met de bouwplannen onder de arm het kantoor van de ambtenaar binnen.

“We zitten momenteel veertien meter diep”, zei ik, waarop de ambtenaar onmiddellijk het hoofd schudde. Onverstoord ging ik zitten en ik vouwde de plannen open. “Dus we kunnen echt niet dieper gaan dan dat ?”

“Neen.”

“Is er dan echt geen aanpassing mogelijk van de voorwaarden?” herhaalde ik Watson’s woorden, met enige aandrang.

“Ja, dat kan.”

Niet alleen was het mogelijk, de procedure ervoor bleek ook nog eens doodsimpel te zijn. Het enige wat we nodig hadden was een handtekening van de buren.

En zodoende zal ik binnenkort dan toch nog kunnen genieten van het zonnetje, gelegen in een zeteltje op het terras, waar ik me verder zal verdiepen in …

de geheimzinnige wereld van de neurotypicals

en als ik lang genoeg mag leven

komt er misschien ooit nog een dag

waarop ik niet meer zal beven

maar lachen en gieren

om zoveel papieren

vol raadselachtige frasen

omdat ik me niet meer hoef te verbazen

over neurotypisch gedrag.

 

Geef me een like en ik blijf schrijven, geef me geen like en ik blijf ook schrijven ;-).  Likes zijn volledig anoniem :-).

3 thoughts on “Na Kafka komt zonneschijn

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.