Taklampa

Aan het begin van mijn ziekteverlof drukte de burn-out coach me op het hart dat ik mijn artistieke talenten – die tot dan toe onbenut waren gebleven – nu eindelijk maar eens moest aanboren. Het negeren van je aangeboren kwaliteiten, zo leerde ik, blijkt namelijk een grote energierover te zijn. Al gauw richtte ik thuis een creatief hoekje in alwaar ik mijn kunstzinnige plannen zou kunnen verwezenlijken. Het enige wat tot vorige week ontbrak, was een hanglamp boven de werktafel, zodat ik ook na zonsondergang zou kunnen zien wat ik aan het uitvreten was. En zodoende was Watson, immer behulpzaam – een vriendin stelde onlangs voor om hem te klonen en samen grof geld te verdienen aan de reproducties – naar de Ikea gereden om een authentieke Zweedse taklampa te kopen.

Ik vertelde hem dat ik het ding graag zelf wou ophangen, temeer omdat ik daar technisch prima toe in staat ben én omdat ik sinds kort af en toe een energiek momentje heb (hoera!) dat mijn drang om productief te zijn behoorlijk laat pieken. En als ik me op die vieve gelegenheden niet nuttig kan vermaken, word ik een redelijk chagrijnig vrouwmens, en dus liet Watson de klus uit puur zelfbehoud aan mij over.

Hij was er aanvankelijk nochtans niet zo gerust in, omdat hij weet hoe verstrooid ik kan zijn. Niettemin was ik er in mijn vorige woning geheel zelfstandig in geslaagd om het volledige elektriciteitsnetwerk, van rooilijn tot stopcontacten en lichtpunten te vernieuwen. Met als uitkomst een positief keuringsattest. En fier dat ik was! Akkoord, ik had tijdens de afwerking met een naakte schroevendraaier zitten peuteren in mijn (zelf gekableerde!) elektriciteitskast omdat er helemaal achteraan een aardingsdraad verstopt zat die niet aangesloten bleek te zijn, en ja, er volgde toen een hevige knal vlakbij mijn aangezicht, vergezeld van een indrukwekkende lichtflits, omdat ik vergeten was om de stroom uit te zetten, en ik geef toe dat ik lichtjes in paniek raakte toen ik zag dat de kortsluiting een zwarte waas had geworpen over enkele van de zekeringen, wat niet zo’n beste indruk zou maken op de keurder, nietwaar, en ik beken dat ik daarna naar de keuken ben gelopen om een natte spons te halen, teneinde de zekeringen te ontdoen van hun kleurtje, en dat ik me pas op het laatste nippertje herinnerde dat water en elektriciteit een tamelijk fatale combinatie kunnen vormen.

Én omdat hij houdt van proper werk. Alsof ik niet proper zou kunnen werken. Poeh. Ik, die zelfs een elektriciteitskast zou afwassen. Na een kleine discussie waarin ik hem gedetailleerd informeerde over mijn plannen – er was immers geen aansluitpunt voorzien op het plafond waardoor de zaken iets moeilijker lagen – draaide hij bij. De dag erna ging ik in de lokale elektriciteitswinkel de benodigde spullen kopen.

“Wit snoer, zegt ge? We verkopen helaas alleen maar grijze en zwarte soepele kabel.”

“Grijs is ook goed”, antwoordde ik. Thuisgekomen realiseerde ik me dat soepele kabel niet hetzelfde is als snoer en dat ik me dus alleen op de kleur had gefocust. Dat verbaasde me niets. Watson indachtig – “het geld groeit niet op onze rug!” – moffelde ik de kabel weg en ik probeerde mezelf te kalmeren in de wetenschap dat mijn legendarische verstrooidheid onvermijdelijk is. Ik stapte terug in de wagen en reed naar de plaatselijke Brico, alwaar ik even overweldigd werd door een overvloed aan materiaal, dat zo netjes gesorteerd was dat het niet anders kon of de zaak moest wel autisten in dienst hebben. Aan het rek hingen rolletjes met wit snoer, rolletjes met zwart snoer, snoer met aarding, snoer zonder aarding, lengtes van vijf meter en lengtes van tien meter.  Verdorie. Ik had niet gecontroleerd of die takkelamp een aarding behoefde. Ze was van metaal, dat wel. Maar was ze nu dubbel geïsoleerd, of niet?  Wel? Of niet? Wel? Of niet?  Zoals gewoonlijk bleef mijn interne keuzemenu in een kringetje draaien waarop ik met veel moeite het verstoorde programma aborteerde en me tenslotte naar de kassa begaf met tien meter wit snoer zónder aarding en zes meter aan slanke kabelgootjes. Desnoods kon ik het rolletje nog altijd terugbrengen – het betrof ditmaal immers geen snoer dat op maat was afgesneden – hoewel dit niet echt als een geruststelling overkwam aangezien ik een kleine hekel heb aan winkelen.

Wederom thuisgekomen verzamelde ik het benodigde gereedschap om de klus te kunnen klaren: vouwmeter en potlood, beugelzaagje en verstekbak, kabelschoentjes en tang, hamer en beitel, schroevendraaiers , breekmes, accuboormachine en natuurlijk ook een ladder. De lamp – die na controle gelukkig geen aarding behoefde – diende gemonteerd te worden aan een houten balk, die de verbinding maakte met het betonnen plafond van de eetplaats en het houten dak van de erker waarin mijn knutselhoekje zich bevond.  Vandaar zou ik het snoer in de kabelgootjes naar beneden laten lopen om het ergens ter hoogte van het stopcontact te koppelen aan een schakelaar en stekker die ik nog ergens uit een plastic box in de kelder had kunnen opvissen – Watson zou vast en zeker tevreden zijn over deze zuinigheid.  Tussen de balk en het beton zat een kier van enkele millimeters en ik was verbaasd over de luchtstroom die er doorheen kwam. Ik verzaagde één van de kabelgootjes netjes in verstek en plakte het over de tochtige naad. Twee vliegen in één klap. Vervolgens werkte ik de rest verder af – waarbij ik het verstek tot mijn ergernis een keer of zes moest herzagen dankzij mijn ondermaatse driedimensionale inzicht – en plaatste het snoer zorgvuldig in de gootjes, waarna ik glunderend het resultaat uitgebreid en langdurig bewonderde.  Ah, wat kon het leven toch mooi zijn.

Die nacht weerklonk er een bijzonder fel hoongelach van de windgoden en de volgende ochtend vond ik de lamp met kabelgoot en al twee meter lager terug. Ah, wat kon de natuur toch heerlijk spotten met een mens. Ik raapte al mijn moed bijeen en gelukkig – ah, wat een geluk had ik toch – ontdekte ik nog een tube acrylaatkit in de kelder waarop ik de kier des onheils resoluut volpropte met de witte pasta.  Daarna werd de lamp, ditmaal stormbestendig want een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen, opnieuw aan het plafond bevestigd, alwaar zij nog steeds hangt en vanwaar zij nu elke avond als een gulhartige muze haar lichtstralen laat nederdalen.  En fier dat ik weer ben!

 

Geef me een like en ik blijf schrijven, geef me geen like en ik blijf ook schrijven ;-).  Likes zijn volledig anoniem :-).

10 thoughts on “Taklampa

  1. Lieve De Bie says:

    Zo een handige Mary ! Deze klussen laat ik liever over aan mijn eigenste Watson. Ieder zijn specialiteit niet waar.
    Het Brico stuk is zeer herkenbaar: de overweldiging door de veelheid aan, weliswaar netjes geordende, keuze, het interne keuzemenu dat in een kringetje draait. Dat overkomt me wel vaker in winkels vandaar dat ik niet graag winkel. Veel keuze is voor de meesten een zegen maar niet voor mij.

    • Miss Mockingbird says:

      Ja, hetzelfde met voedingswaren kopen: daar sta je dan in de winkel, versteend te staren naar een rek met vijfduizend soorten yoghurt, in alle geuren en kleuren en in alle formaten … Niet te geloven. Gelukkig gaat Watson heel graag winkelen 🙂 !

  2. Stinne says:

    Ziet er mooi uit. Ik zou daar ook nog durven aan beginnen maar inderdaad het halen van het benodigde materiaal baart me meestal meer kopzorgen dan het omhoog hangen en aansluiten van zo’n ding.

    • Miss Mockingbird says:

      Om nog maar te zwijgen van die windgoden, Stinne ! 🙂
      Maar inderdaad, dat winkelen kan soms wel een energievreter zijn. Met twee lukt dat meestal beter.

  3. Paulien says:

    Het stuk over het winkelen is ook voor mij herkenbaar, maar gelukkig went dat bij mij als ik steeds dezelfde zaken koop en er niet teveel winkelende mensen zijn (en er dus ruimte in mijn hoofd is).

    • Miss Mockingbird says:

      Op rustige momenten gaan winkelen, en vooraf goed weten wat je nodig hebt en waar alles staat, werkt inderdaad goed. Nu alleen nog de supermarkten ervan overtuigen om hun producten de komende 20 jaar op dezelfde plek te laten staan 🙂 .

  4. Brit says:

    Knap hoor! Zoiets zou mij nooit lukken! Voor mijn part mogen miss Mockingbird EN Watson zeker gekloond worden. Jullie zouden er mooi kunnen aan verdienen☺

    • Miss Mockingbird says:

      Hahaha ! Maar helaas Brit, ik wil echt niet geconfronteerd worden met mijn eigen klonen, dat kan ik niet aan 😛 .

Leave a Reply to Ernst Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.