Als een dief in de nacht

‘n verhaaltje uit de oude doos …

‘Gij zult niet stelen’, aldus nummer zeven.  Als er één gebod is dat ik hoog in het vaandel draag, is het dat wel. Zelfs een ketter als ik bezit vrome waarden en normen: nog nooit in mijn leven heb ik iets ontvreemd dat het mijne niet was.

Ik beken: ik weet beslist niet meer tot in de diepste details wat ik als kind uitgevreten heb, maar als introverte autist die braaf op het bankje op de speelplaats zat, zal het vast geen hete soep geweest zijn. Ik durf met de hand op het hart verklaren dat ik er zeker van ben dat ik nog nooit wat gejat heb. Van andermans spullen blijf je af. En van mijn spullen blijf je trouwens ook maar beter af.

Zo gebeurde het dat ik op een goeie morgen tot de onthutsende vaststelling kwam dat mijn fiets die nacht gestolen was, in een anders zo rustige buurt. Hij stond nochtans netjes achteraan de zijoprit van de woning van mijn toenmalige partner gestald, helemaal uit het zicht. Witheet van woede was ik. Hoe durfden ze! In gedachten werd de dader alvast ondergedompeld in hete pek en vervolgens vakkundig gevierendeeld – een eerlijk proces leek me in deze volstrekt overbodig. In werkelijkheid ging ik, zoals het een fatsoenlijk mens betaamde, de ontvoering van mijn maatje melden bij de politie. Een beschrijving geven was niet moeilijk geweest aangezien we meer dan tien jaar lief en leed gedeeld hadden: “Haar naam is Oxford, ze heeft een marineblauwige huidskleur, een identificatietattoo op haar slanke taille, een strook bruine plakband rondom haar weerspannige lichtkabeltje en voorts heb ik haar altijd tiptop verzorgd.” Het huilen stond me nader dan het lachen.

Mijn autistisch koppeke – geboden zijn geboden en duidelijker kan het nu toch niet zijn – kon er simpelweg niet bij dat er lieden waren die het lef hadden om andermans spullen te roven. Enfin, zo naïef was ik nu ook weer niet. Het was vooral shockerend dat het ditmaal mijn eigen spullen betrof en de verdorvenheid dus akelig dichtbij was gekomen. Hadden de mensen dan werkelijk geen greintje eergevoel? Zolang ik me kan herinneren ben ik er als de dood voor geweest dat men mij – uiteraard onterecht – zou beschuldigen van diefstal.  Uitzonderlijk ben ik een paar keer zo roekeloos geweest om te gaan shoppen tijdens de koopjesperiode, een moment waarop die detectiepanelen zo gevoelig zijn als de pest en met een beetje tegenslag jouw netjes betaalde aankopen van ándere winkels signaleren met een beschuldigende bieptoon.  Twéémaal werd ik derwijze opgeschrikt – ziehier de schaamteloze dievegge ! – waarop de eerste maal mijn handtas werd gecontroleerd door de winkelinspecteur – “Alles is in orde, mevrouw” – en de tweede maal ik zelf terugliep naar de kassa met een kop als een kreeft om een vergeten antidiefstalpin te laten verwijderen. Trauma! Heden blijf ik dan ook op een veilige afstand van deze soldengruwel.

De angst om beticht te worden, dook nog maar eens de kop op toen mijn vroegere werkgever me kwam vertellen dat hij een koffer met ratelsleutels en toebehoren had staan in het magazijn. “Als je ze kan gebruiken, mag je ze hebben”, zei hij genereus, als teken van appreciatie voor mijn noeste werk. Inwendig maakte ik een sprongetje. Hij wist hoe dol ik was op dit soort dingen en ik kon ze goed benutten bij de verbouwing van mijn woning.  “Je moet er nu wel niet mee te koop lopen”, voegde hij er nog aan toe. “Probeer ze een beetje discreet af te halen.”  TILT!  Mijn amygdala sloeg in een dubbele knoop en mijn brein blokkeerde compleet, nadat ik mezelf in gedachten naar het magazijn zag sluipen, als een dief in de nacht. Een paar weken later kwam mijn baas, met een blik op ondankbaar nest, me attenderen op het feit dat ik de koffer nog steeds niet afgehaald had en dat hij ze niet op mijn schoot zou brengen.  Maar mijn warrige hoofd had de opdracht reeds als diefstal geklasseerd.  Het is me dan ook nooit gelukt om de koffer te gaan halen en ik heb – begrijpelijk – ook nooit meer een nieuw aanbod gekregen, dankzij een brein dat net iets te overmoedig het zevende gebod hanteerde.

Met de fiets verging het me gelukkig stukken beter.  Een tweetal maanden na haar verlies – ik rekende er niet op om haar ooit nog terug te zien – zag ik plots en tot mijn grote verbazing, die al snel gevolgd werd door uitzinnige woede, een onverzorgde, magere man met haar naar de krantenwinkel rijden, op nog geen vijfhonderd meter van mijn woonst. Als een razende furie stormde ik hem achterna en schold hem de huid vol. De bedrommelde man was zich van geen kwaad bewust. Hij had de fiets even geleend van een vriendje van zijn dochter.  “Waar maak jij je trouwens druk om?” zei hij harteloos. “Die fiets is helemaal stuk.  Zoiets wil je toch niet terug?” Jij geeft haar nú aan mij, vriend!

Mishandeld. Ook dat nog. Volledig over mijn toeren nam ik haar mee naar huis, met haar geplooide achterwiel, haar kapotte verlichting, haar doorgeknipte, nu weerloze verlichtingskabeltje, haar gebroken remmen, … Er leek geen einde aan te komen.

Met veel liefde knapte ik haar helemaal op en nog geen week later waren we beiden weer op pad, alsof er nooit iets gebeurd was. Ik zeg het je, van mijn spullen blijf je maar beter af.

 

Geef me een like en ik blijf schrijven, geef me geen like en ik blijf ook schrijven ;-).  Likes zijn volledig anoniem :-).

2 thoughts on “Als een dief in de nacht

  1. Lieve De Bie says:

    Geweldig! Je reactie naar die man toe begrijp ik volledig. Ik ben ook zo, een duvel uit een doosje als er volgens mij, aan mijn rechtvaardigheidsgevoel wordt geraakt. Zo reed er ooit eens tegen veel te hoge snelheid, een dronken idioot uit een schuine parkeerplaats recht in onze voorkant. Wij stonden braaf en ver genoeg te wachten tot zijn plaatsje vrij was. Na de klap sprong ik uit de wagen als een duvel uit een doosje. Ik begon het heerschap uit te kafferen en trok de aandacht van iedereen die stond aan te schuiven aan de frituur. De kerel beweerde ineens plotsklaps dat wij in zijn ‘gat’ waren gereden en zonder getuigen kan je dit niet halen. Door het tumult dat ik creeërde waren er gelukkig getuigen van de ware toedracht.

    • Miss Mockingbird says:

      Je ziet, het kan dus ook voordelen hebben, hé, die duivelse reactie ;-). Pas veel later besefte ik dat die man er inderdaad niets kon aan doen, want hij had gewoon de fiets van het vriendje van zijn dochter geleend. Het feit dat ik de dingen heel vaak niet in een ruime context kan zien, vind ik een zeer groot nadeel van mijn autisme. Als je dat wel kan, dan besef je dat die man niet per se de dief hoeft te zijn en dus ook niet uitgekafferd hoeft te worden. Ik zou dat zelf ook niet willen meemaken ;-).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.