Mormel en Blacky

’n verhaaltje uit de oude doos

Lang geleden had een vette, rosse kater beslist om in de tuin van mijn toenmalige partner en zijn kinderen te komen wonen.  Waarom hij dat idee had opgevat, dat weet geen kat, en ook geen kater, maar zeker is dat het beest een ontzettend kribbig karakter had.

Het mormel wou niet meer wijken en omdat ook mormels eten moeten, schotelden we hem dagelijks een bord brokken en een frisse kom water voor.  Neen, dat is een leugen. In werkelijkheid gooiden we de voerbakken als volleerde discuswerpers naar hem toe, teneinde een zoveelste bloederige wonde te vermijden.  Mormel was namelijk niet zo tuk op gezelschap en klauwde met venijnige spleetogen naar alles en iedereen die zich in zijn perimeter begaf.

Vele schrammen later kreeg Mormel plots het gezelschap van een piepjong zwart kitten. Blacky was een erg lief, maar schichtig en bang meisje dat geen thuis leek te hebben.  Met veel geduld liet ze zich aaien, en daar genoot ze intens van.

Ondertussen had Mormel besloten dat hij zijn plekje niet zomaar zou afstaan aan dit kleine opdondertje en hierop verhuisde hij prompt naar de achterdeur, dichtbij de voedselbron.  Het resultaat was dat niemand meer naar binnen of buiten kon, zonder een klauw in z’n been te krijgen, waarop we al gauw beslisten om beide katten aan het asiel te melden: Mormel in de hoop dat hij z’n oude dag in alle rust kon slijten, en Blacky in de hoop dat het asiel een geschikte thuis kon vinden voor haar, zij had tenslotte nog een mooi leven voor zich.

Bezorgd om hun toekomst, gaf ik aan de medewerkster van het asiel de nodige uitleg: dat Mormel vooral gespecialiseerd was in het maken van littekenweefsel en niet geschikt was om te plaatsen bij onervaren personen of bij kinderen en dat Blacky doodsbang was in een gesloten ruimte en dat men haar dus best kon plaatsen bij mensen met veel buitenruimte en een veilig slaapplekje. Ik vertelde over Blacky’s lieve karakter en dat zij alle kansen verdiende, maar dat men haar de nodige tijd moest gunnen om zich aan te passen.

De dame plaatste de kattenvallen en probeerde ondertussen nog wat gevogelte uit het asiel te verpatsen: “Ik zie dat jullie alleen maar kippen hebben. Hebben jullie geen haan nodig?”

“Neen, liever niet”, zei ik. “Die mannen maken teveel lawaai. Wij houden de kippen enkel voor hun eitjes”.

Ze keek me aan alsof ik een volslagen idioot was: “Kippen kunnen toch geen eieren leggen zonder haan!”

“Euh, toch wel hoor”, antwoordde ik stomverbaasd.  Was dit een medewerkster van een dierenopvang? Iemand met kennis van zaken?

Enkele dagen later werd Mormel op de website van het asiel aangeboden als vriendelijke huiskat.  Blacky daarentegen heeft geen dag meer geleefd en werd onmiddellijk geëuthanaseerd ‘omdat ze te wild was geweest in de kattenval’. Mijn hart brak in duizend stukken en ik voelde me immens schuldig dat ik het beestje had laten meenemen door een vrouw die amper wist waar een ei vandaan kwam.

My God.  Het spijt me Blacky …

Geef me een like en ik blijf schrijven, geef me geen like en ik blijf ook schrijven ;-).  Likes zijn volledig anoniem :-).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *