Citroenzuur

‘n verhaaltje uit de oude doos …

Mijn leven vóór de diagnose bestond uit een niet-aflatende zoektocht naar de ultieme oplossing voor de problemen waar ik dagelijks tegenaan liep, in het bijzonder mijn extreme vermoeidheid.

Zo kwam ik op een dag terecht bij een therapeut uit het dorpje Arenberg, van wie ik gehoord had dat hij zijn vak kende en reeds vele mensen geholpen had. ‘Vele’ is een rekbaar begrip, maar wie dagelijks rondploetert in de modder der wanhoop, snoert het kritische duiveltje al gauw de mond.  Het was prettig om iemand te ontmoeten die oprecht naar mijn verhaal luisterde en bij elke zin vol herkenning knikte.  De redding was nabij. Hallelujah!

De man bediende zich van een discutabele testmethode waarbij minuscule flesjes met allergenen één voor één tegen mijn huid werden gedrukt.  Wat mijn corpus niet bliefte, werd geacht te resulteren in een verstoorde lichaamsfrequentie.  Om deze ongeregeldheid te kunnen waarnemen, diende ik krachtig met de knieën tegen de arm mijner dienaar te duwen.  Mijn immer kritische brein protesteerde echter fors tegen deze schimmige aanpak.

“Ik wil niet moeilijk doen”, zei ik.  Uiteraard wou ik dat wel, tenslotte verlangde ik waar voor m’n geld.  “Is het voor een mens fysiek wel mogelijk om met de arm deze subtiele resonantieverschillen te kunnen waarnemen ?”

“Absoluut!”

Waar zat ik toch in godsnaam met mijn gedachten. Ik herformuleerde de vraag:  “Als ingenieur interesseert het me uitermate te weten hoe deze techniek precies werkt.”

Terwijl de flesjes migreerden van houder naar huid en terug, volgde er een ononderbroken woordenstroom die kant noch wal sloeg en ik slikte de wakke koek onwillig door.  “Citroenzuur! Had ik het niet gedacht!  riep de man plots verrukt.

“Bij de vorige therapeut was het lactose”, poneerde ik koeltjes.

“Intoleranties kunnen altijd veranderen” repliceerde hij prompt.  Touché.  Deze man was goed voorbereid op pretbedervers zoals ik.

Enkele sessies later had ik het genoegen om de wachtzaal te delen met een onzekere doch uiterst aimabele veertiger.

“Hij is steengoed in z’n vak. Hij vindt álles”, vertrouwde hij me toe.

“Wat heeft hij bij u dan gevonden?” vroeg ik op mijn gebruikelijke indiscrete manier.

“Citroenzuur!”

Had ik het niet gedacht.  Er volgde een warrig verhaal over wonderbaarlijke vondsten en ik probeerde de man met beide voetjes terug op de grond te brengen: “Hoe lang bent u al in behandeling?”

“Vier jaar”, zei hij fier en vrolijk verderzwevend.

Ik bedankte de man voor deze wonderbaarlijke onthulling en ik ben nooit meer teruggegaan.


“Citroenen! Had ik het niet gedacht!”, riep Eliott verrukt.

 

 

 

 

Geef me een like en ik blijf schrijven, geef me geen like en ik blijf ook schrijven ;-).  Likes zijn volledig anoniem :-).

One thought on “Citroenzuur

  1. Dennis says:

    Hahaha, lid worden van SKEPP! Hun boekje staat vol zulke verhalen én de uitleg. Aanrader voor de ingenieur in jou!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *